Muurbloempje.

 

 Je loopt wat te slenteren door een al wat ouder gedeelte van een stad. Een achterstandswijk.

Dan zie je langs een muurtje midden tussen al wat oude huizen een mooi bloempje bloeien.

Je kijkt  er met verwondering naar.

Dat zo 'n mooie bloem zo maar kan groeien en bloeien op deze plaats. Tegen alle verdrukking in.

Je denkt er verder niet meer over na maar ergens blijft het toch hangen.

Thuisgekomen moet je er ineens weer aan denken. Zo 'n  mooi bloempje,

 dat zomaar tussen al die oude huizen kan groeien en bloeien.

Dan  ontstaat er iets in je gedachten. Iets wat je allang vergeten was.

Je moet weer denken aan die ene keer. Een jong  meisje.  Een kind nog. Ze staat wat aan de zijlijn

Ze kijkt wat schuw, bang, om op te vallen.

Je gaat er naar toe en probeert een praatje te maken. Het kind kijkt je wat angstig aan

 bang om gekwetst te worden.

Dan valt je iets op.  Wat heeft ze mooie ogen,  juist die ogen vallen op.  Ze spreken boekdelen.

  Ogen vol pijn. Maar ook vol angst.  Wie heeft dit kind zo jong nog zoveel pijn gedaan.

Een meisje dat probeert om niet op te vallen.

Ze is nog jong,  maar het heeft iets in zich om uit te groeien tot een mooie vrouw.

Wat is er met dit kind gebeurt dat ze zo bang kijkt. 

Het laat je niet los. Die bloem, in volle bloei tussen de stenen en dat jonge meisje, 

nog aan het begin van haar leven.  2 muurbloempjes, zo verschillend en toch ook zo mooi.

 De ene bloeit er lustig op los en de ander is bang om te bloeien.

Bang om op te vallen.

 

 

Groetjes, Tiny

Maak jouw eigen website met JouwWeb